Waar een klein koud kikkerlandje groot in is
Nederlanders zijn niet bepaald trots op hun land. Tenminste, ik ken er geen die voor Het Vaderland zou willen sterven. Toch maken schrijvers, reclamemensen, filmmakers en andersoortige beeldvormers driftig gebruik van clichématige beelden van 'Holland'. Denk maar aan die reclame waarin om air traffic controllers (sic!) gevraagd wordt. De campagne speelt handig in op de wereldwijd geprezen vaardigheid van Nederlandse schilders om wolkenluchten realistisch op het doek te krijgen. Maar clichés mogen toch eigenlijk niet? Of wel?
Hebt u wel eens een Amerikaanse film gezien die in Amsterdam speelt? Zo nee, dan adviseer ik u om vandaag nog naar de videotheek te gaan om u te verzekeren van een plezierige avond. Al in de eerste scène fietst de held de brug over de Prinsengracht over, hij neemt een gedurfde binnenbocht, overwint daarbij behendig de tramrails, gaat met zijn klompen vol op de remmen staan en parkeert met een frivole zwaai zijn fiets naast het rijtje tulpen dat voor zijn huis prijkt. Op slot zetten is niet nodig. De camera zoomt uit. Het huis blijkt een heuse poldermolen, model bovenkruier!
Voor buitenlanders, en dan met name Amerikanen, zijn tulpen, klompen en molens herkenbare culturele elementen. Een enkeling heeft ook wel eens gehoord van Van Gogh (door Amerikanen - overtuigd dat ze de authentieke Nederlandse uitspraak hanteren – steevast uitgesproken als [Vèn Koo]).
Gek genoeg kennen vrijwel alle Amerikanen 'Hens' Brinker: het jongetje dat Nederland zou hebben gered door zijn vinger in een gat in de dijk te steken, terwijl de knul is ontsproten aan het brein van een Amerikaanse schrijfster en hij bij zijn landgenoten geen enkele aanzien geniet. 'Import-folklore', noemt Wikipedia dit knap stukje geschiedvervalsing, en terecht.
Als het om het collectieve karakter gaat, komen we er in de ogen van de buitenwereld ook niet best van af. Hollanders zijn voornamelijk bekend vanwege hun gierigheid. Denk maar aan uitdrukkingen als going Dutch 'ieder betaalt voor zichzelf' of Dutch treat' uitstapje waarbij ieder voor zich betaalt', afkomstig uit de zeventiende eeuw, toen Nederland en Engeland constant met elkaar overhoop lagen.
Maar hoe onzinnig of waarheidsgetrouw het beeld van Nederland ook is in de ogen van buitenlanders, dat beeld is waar beeldenmakers aan kunnen refereren. Als Nederlandse bedrijven zichzelf willen profileren op de internationale markt, kunnen ze wel proberen dat te doen met intellectuele verwijzingen naar Van Eijck, Berlage of Potter, maar veel effect zullen ze er niet mee sorteren.
Binnen de landsgrenzen gaat een heel andere vlieger op. Hier kunt u clichématige verwijzingen naar culturele elementen het beste met een flinke boog vermijden. Een artikel waarin naar Nederland wordt verwezen als 'koud kikkerlandje' of 'land van stamppotten, erwtensoep en Elfstedentocht' zal eerder irritatie dan sympathie opwekken. Dat voelt zelfs een air traffic controller op zijn klompen aan!
Brigitte Buissink
Deze column verscheen eerder in Taalzaken